De Wet meer zekerheid flexwerkers is een wetsvoorstel dat onderdeel uitmaakt van het bredere arbeidsmarktpakket van het kabinet.
Het doel: structureel werk belonen met structurele contracten en schijnzekerheid in flexibele constructies tegengaan.
Hoewel de wet op dit moment nog niet is aangenomen, is het verstandig om te weten wat er speelt. In deze blog lees je wat het wetsvoorstel inhoudt, wat de Raad van State ervan vindt en waar we nu staan in het wetgevingsproces.
Wat staat er in het wetsvoorstel meer zekerheid flexwerkers?
De voorgestelde wet bevat drie grote veranderingen:
1. Afschaffing van het nulurencontract
Het traditionele nulurencontract verdwijnt. In plaats daarvan komt er een zogeheten basiscontract met een afgesproken minimum aantal uren. Werknemers hebben zo meer zekerheid over hun loon en rooster. Buiten de afgesproken uren geldt geen verplichte beschikbaarheid meer.
2. Verlenging tussenpoos ketenregeling
Werkgevers mogen drie tijdelijke contracten aanbieden in drie jaar. Nu geldt dat een pauze van zes maanden zorgt voor een ‘schone lei’. In het voorstel wordt deze tussenpoos verlengd naar vijf jaar. Dit moet het eindeloos herhalen van tijdelijke contracten met korte onderbrekingen ontmoedigen. Voor scholieren, studenten en seizoenswerk blijven uitzonderingen gelden.
3. Sterkere positie voor uitzendkrachten
Fase A in de uitzendbranche wordt verkort van 78 naar 52 weken, fase B van 4 naar 2 jaar. Daarna volgt fase C: een vast contract. Uitzendkrachten krijgen bovendien recht op een gelijkwaardige set arbeidsvoorwaarden als collega’s in dienst bij de inlener.
Wat zegt de Raad van State over het wetsvoorstel?
De Raad van State is kritisch. Volgens haar pakt het wetsvoorstel de fundamentele scheefgroei op de arbeidsmarkt niet voldoende aan. Ook mist het samenhang met andere noodzakelijke hervormingen, zoals in de sociale zekerheid en belastingregels. Daarnaast plaatst de Raad vraagtekens bij de uitvoerbaarheid van bepaalde onderdelen, zoals het verbod op nulurencontracten en de praktische uitwerking van de nieuwe uitzendregels.
Kortom: de bedoeling is duidelijk, maar of de gekozen maatregelen effectief genoeg zijn, is de vraag.
Wat vinden brancheorganisaties zoals de ABU?
De ABU (Algemene Bond Uitzendondernemingen) steunt het uitgangspunt, maar waarschuwt voor de gevolgen. Zo zou de voorgestelde vijfjaarstermijn in de ketenregeling strenger zijn dan afgesproken in het SER-akkoord.
Ook waarschuwt de ABU voor een waterbedeffect: strengere regels voor flexwerkers kunnen ertoe leiden dat werkgevers eerder kiezen voor zzp’ers. En dat is niet de bedoeling.
Meer zekerheid flexwerkers: waar staan we nu?
Het wetsvoorstel heeft een internetconsultatie doorlopen en is voorzien van advies van de Raad van State. Naar verwachting wordt de wet in juni 2025 besproken in de Tweede Kamer. Als de Tweede Kamer het wetsvoorstel goedkeurt gaat deze nog langs de Eerste Kamer. Pas daarna kan de wet in werking treden.
Als werkgever is het verstandig om vast vooruit te denken. Denk aan:
- Het in kaart brengen van je flexibele contracten
- Het herzien van oproepcontracten
- Je voorbereiden op nieuwe regels voor uitzendkrachten
Waterdicht volgt de ontwikkelingen op de voet en helpt je graag om tijdig te schakelen.
Vragen over dit wetsvoorstel of je arbeidscontracten? Neem contact met ons op.