De Wet DBA blijkt in de praktijk allesbehalve duidelijk als het gaat om het voorkomen van schijnzelfstandigheid. Daarom ligt er nu een nieuw voorstel op tafel: de Wet VBAR – Verduidelijking Beoordeling Arbeidsrelaties en Rechtsvermoeden. Let op: de Wet VBAR is op dit moment nog maar een voorstel, geen definitieve wet. En dat voorstel is zelfs nog in beweging.
In maart 2025 stuurde minister Van Hijum in een voortgangsbrief aan de Tweede Kamer dat de wet wordt aangepast naar aanleiding van het zogeheten Uber-arrest van de Hoge Raad. Daarin werd duidelijk gemaakt dat alle factoren even zwaar moeten wegen bij het beoordelen van een arbeidsrelatie. Of je opdrachten uitvoert onder toezicht, of juist zelfstandig werkt met meerdere opdrachtgevers en eigen investeringen doet: alle factoren wegen even zwaar mee.
De puntjes op de i worden nog gezet, maar de richting is duidelijk. De wet moet helder maken wanneer iemand écht zelfstandig werkt en wanneer er sprake is van een arbeidsovereenkomst. De verwachting is dat de VBAR op 1 januari 2026 in werking treedt.
Wat is de Wet VBAR?
De kernvraag: werk je in dienst van een ander of werk je écht zelfstandig? De Wet VBAR maakt die beoordeling concreter. Er wordt gekeken naar twee hoofdelementen:
- Werkinhoudelijke en organisatorische sturing: Als iemand wordt aangestuurd of ingebed is in een organisatie, lijkt het al snel op werknemerschap.
- Werken voor eigen rekening en risico: Als iemand zelf verantwoordelijk is voor het werk, de risico’s én als ondernemer optreedt, wijst dat op zelfstandigheid.
Om deze hoofdelementen goed te kunnen beoordelen, introduceert de wet een aantal herkenbare signalen: de A-, B-, C- en C+-indicaties. Dit klinkt technisch, maar de logica is simpel: de VBAR groepeert indicatoren die wijzen op werknemerschap, zelfstandigheid of ondernemerschap.
A- en B-indicaties: signalen van werknemerschap
A-indicaties: Sturing op de inhoud
Je opdrachtgever vertelt niet alleen wat je moet doen, maar ook hoe. Denk aan:
- Instructies geven
- Werk controleren
- Corrigeren of bijsturen
Dit wijst op een gezagsverhouding en dus op werknemerschap.
B-indicaties: Inbedding in de organisatie
Je werkt structureel binnen de organisatie van de opdrachtgever:
- Je volgt hun werktijden of interne regels
- Je doet werk dat tot de kern van het bedrijf hoort
- Je gebruikt hun systemen en tools
Ook dit wijst op een dienstverband.
C- en C+-kenmerken: signalen van (schijn)zelfstandigheid en ondernemerschap
C-indicaties: Zelfstandigheid
Je werkt op een manier die laat zien dat je niet afhankelijk bent:
- Je bepaalt zelf hoe je het werk uitvoert
- Je gebruikt je eigen materiaal
- Je draagt zelf het financiële risico
- Je brengt specialistische kennis in
Dit wijst op werken als zelfstandige.
C+-kenmerken: Ondernemerschap
Je onderneemt actief. Denk aan:
- Meerdere opdrachtgevers per jaar
- Investeren in marketing of klantwerving
- Inschrijving bij de KvK
- Gebruikmaken van ondernemersaftrek
- Bedrijfsinvesteringen van enige omvang
Deze signalen versterken het beeld van écht zelfstandig ondernemerschap.
Geen puntenlijst, wél een totaalbeeld
Deze kenmerken hebben geen rangorde. Dat werd bevestigd door de Hoge Raad in het Uber-arrest van februari 2025 en dat is nu ook verwerkt in het aangepaste wetsvoorstel. Alle indicaties tellen mee in het totaalbeeld. Dus ook als je bijvoorbeeld veel vrijheid hebt, maar tegelijkertijd wél volledig bent ingebed in de organisatie van de opdrachtgever, kan er alsnog sprake zijn van een dienstverband.
Nieuw in de zzp-wet: rechtsvermoeden bij een laag uurtarief
De Wet VBAR introduceert ook iets nieuws: een rechtsvermoeden van een arbeidsovereenkomst. Verdient iemand €33 per uur of minder? Dan wordt er vermoed dat er sprake is van een arbeidsovereenkomst.
Dat vermoeden is te weerleggen, maar het legt de bewijslast wel bij de opdrachtgever. Vooral bij lage uurtarieven moet je als opdrachtgever dus goed kunnen onderbouwen dat er écht zelfstandig wordt gewerkt.
Schijnzelfstandigheid voorkomen: wat betekent de Wet VBAR voor jou als werkgever?
Ben je werkgever of werk je regelmatig met zzp’ers? Dan is het nu hét moment om je arbeidsrelaties onder de loep te nemen. Want hoewel de wet pas in 2026 wordt verwacht, verandert dit niets aan de huidige al actieve handhaving op schijnzelfstandigheid.
Voorkom schijnzelfstandigheid: dit kun je nu al doen
Loop je risico op schijnzelfstandigheid? Dan is het slim om op tijd actie te ondernemen. Denk aan:
- Je contracten herzien
- Heldere afspraken maken over verantwoordelijkheden en risico’s
- Je werkwijze aanpassen als dat nodig is
En kom je er niet helemaal uit? Dan zijn wij er. Waterdicht zorgt dat jouw arbeidsrelaties en contracten écht waterdicht zijn.